Bruggelijkrichter
Een bruggelijkrichter bestaat uit vier dioden, die een wisselstroom (bijvoorbeeld van een transformator) omzetten naar een gelijkstroom.
De dioden zijn zo geschakeld dat de wisselstroom zo door de dioden wordt geleid, dat bij de uitgang er altijd een positieve stroom loopt.
Hierboven staat in rood en blauw aangegeven hoe de stroom loopt bij de positieve fase van de wisselstroom.
In het plaatje hierboven staat in rood en blauw aangegeven hoe de stroom loopt bij de negatieve fase van de wisselstroom. Nu worden de andere dioden gebruikt, en de ongebruikte dioden staan in sperrichting.
Bij gebruik van een transformator zal over het algemeen een elco gebruikt worden om de gelijkspanning af te vlakken. In goedkope adapters die een ongeregelde gelijkspanning leveren zit een transformator, een bruggelijkrichter en een elco.
[bewerk] Uitgangsspanning
De onbelaste uitgangsspanning van een bruggelijkrichter is bij een sinusvormige ingangsspanning 1,4 maal de waarde van de ingangsspanning. De piekspanning van een sinus is namelijk maal de effectieve waarde. Van de uitgangsspanning moet ongeveer 1,4 volt worden afgetrokken bij gebruik van siliciumdiodes, vanwege de spanningsval over de twee dioden waar de stroom doorheen gaat (per diode ongeveer 0,7 volt spanningsval, mits er gebruikgemaakt wordt van siliciumdiodes).
[bewerk] Driefasenbruggelijkrichter
In een driefasensysteem kan met behulp van 6 diodes een bruggelijkrichter gemaakt worden.